Collectiviteitskorting op je zorgverzekeringspremie. Praat eens met je partner!

26 juni 2018

Alleen op hele saaie verjaardagen wordt er gesproken over “de zorgverzekeraar”. En dan in het bijzonder vaak negatief. “Te duur”, “het stelsel klopt niet”, etc. Toch kan zo’n gesprekje op een verjaardag of gewoon aan de keukentafel je geld opleveren. Verder blijkt dat een zorgverzekeraar zich ook makkelijk kan onderscheiden en voor een positieve reactie kan zorgen. Twee conclusies op basis van één uitspraak van de Geschillencommissie Zorgverzekeringen van de Stichting Klachten en Geschillen Zorgverzekeringen (SKGZ)

Op 20 juni publiceerde de Geschillencommissie Zorgverzekeringen een bindend advies over een geschil (zaaknummer 201800103) waarin een verzekeringnemer met terugwerkende kracht de misgelopen collectiviteitskorting claimde. De Geschillencommissie oordeelde dat de man geen recht had op collectiviteitskorting met terugwerkende kracht tot 1 januari 2006.

De situatie

Een echtpaar is beide verzekerd sinds 1 januari 2006 bij zorgverzekeraar Q. Ze zijn allebei verzekeringnemer van hun eigen basisverzekering en aanvullende verzekeringen. Ze betalen ieder apart voor hun eigen zorgverzekeringspakket.

Zij is collectief verzekerd via haar werkgever. Hij is individueel verzekerd. In 2017 komt hij erachter dat hij € 38 per maand kan besparen door zich ook collectief te verzekeren via het werkgeverscollectief van zijn vrouw. Op jaarbasis een besparing van € 456. Daar kan je leuke dingen van doen. Hij besluit een claim neer te leggen bij zorgverzekeraar Q om met terugwerkende kracht tot 1 januari 2006 de collectiviteitskorting toe te passen. Zorgverzekeraar Q biedt aan om alleen over 2017 alsnog de collectiviteitskorting toe te kennen. Zie hier het geschil.

Praat jij weleens met je partner hierover?

Zoals in een eerdere bijdrage1 al geschreven ligt de zorgplicht bij zorgverzekeringen bij de verzekeringnemer zelf. Zo ook in deze situatie. Je vraagt je af of er niet één moment in de afgelopen 11 jaar is geweest dat deze man en vrouw het over de zorgverzekeringspremie hebben gehad? Kennelijk niet. Maar wees eens eerlijk, hoe vaak heb jij het erover met je man of vrouw?

Collectiviteitskorting

Aan wie zorgverzekeraars collectiviteitskorting geven mogen ze zo’n beetje zelf weten. Binnen veel collectiviteitsafspraken met werkgevers is vastgelegd dat de partner en kinderen van de werknemer die recht heeft op de collectiviteitskorting ook recht hebben op deze korting. Vaak is dan wel de afspraak dat de werknemer dan ook de verzekeringsnemer is voor de partner en de kinderen. Maar soms hoeft dat ook niet eens. Het is maar net wat de werkgever en de zorgverzekeraar afspreken. Ik ken een collectiviteitsafspraak waarbij de werknemer zelf niet eens aan de werkgeverscollectiviteit hoeft deel te nemen en de partner en de kinderen toch recht hebben op de collectiviteitskorting.

Zorgverzekeraar kan zich makkelijk onderscheiden

Zorgverzekeraar Q had zich ook makkelijk kunnen onderscheiden door eenmaal per jaar een overzicht uit het systeem te halen waarbij twee verzekeringsnemers op hetzelfde adres wonen en er één wel collectiviteitskorting heeft en de ander niet. En dan gewoon eens een belletje doen. Hoe eenvoudig kan je een klant blij maken door hem of haar te wijzen op korting?

Succes aan de keukentafel.

John Beier

Betrokken trainer en schrijver over zorgverzekeringen

Voetnoten

  1. Zorgplicht bij zorgverzekeringen. Hoe zit dat? www.essenztrainingen.nl